Als doelstellingen vaag of onduidelijk zijn, dan is niet duidelijk wat er gedaan moet worden, kan niet gemeten worden of activiteiten succesvol waren en kunnen mensen niet worden beloond (of gestraft) voor het resultaat van hun acties. Dus moeten doelstellingen SMART geformuleerd worden.
Dat doelstellingen SMART geformuleerd moeten zijn, het is zo’n typisch uit zijn verband gerukte uitspraak. Toen Martin Luther King in 1963 zijn beroemde toespraak hield: “I have a dream”, was dat allerminst SMART geformuleerd. Toch was die droom decennia lang het doel waarvoor gevochten werd.
Het SMART formuleren van doelstellingen kan best nuttig zijn, maar of het zinvol is, is afhankelijk van de context.
Een doelstelling is SMART wanneer deze:
Het begrip SMART kwam in de jaren 90 op onder technici en constructeurs, onder andere bij Philips, om hun managers te bewegen gerichte opdrachten te geven. Daarna werd SMART ook veel gebruikt binnen projecten, om projectactiviteiten doelgerichter te maken. In de context van de uitvoering van werkzaamheden zijn SMART doelstellingen zeker heel zinvol.
Buiten deze context kan echter het SMART formuleren van doelstellingen contraproductief werken. Want in feite geldt:
Informatiebeveiliging is ook zo’n terrein waar niet alle doelstellingen SMART gemeten kunnen worden. Op operationeel niveau kan dit uiteraard wel. Het meten en monitoren van allerlei zaken zoals toegang, capaciteit, periodieke beoordelingen enzovoort zijn uitstekend SMART te formuleren. Dit soort activiteiten wordt vaak ondergebracht in een operationele planning.
Als we echter proberen de doelstellingen van informatiebeveiliging zelf SMART te formuleren, dan ziet dit er al snel gekunsteld uit. Doel van informatiebeveiliging is ervoor te zorgen dat informatie beschikbaar en integer is en dat het niet in verkeerde handen valt (vertrouwelijkheid). Als we dit omzetten in SMART doelstellingen, dan krijgen we bijvoorbeeld voor applicatie X:
Deze doelstellingen zijn weliswaar SMART. Maar als je informatiebeveiliging terugbrengt tot deze drie meetbare doelstellingen, dan zal de directie onmiddellijk afhaken. Zij speelt geen enkele rol in het bereiken van deze doelstellingen, behalve dat ze een zak geld beschikbaar moet stellen als de doelstellingen niet gehaald worden. Kortom, de directieverantwoordelijkheid ofwel het leiderschap dat van de directie verwacht wordt, wordt hiermee in één klap om zeep geholpen.
En dat geldt eveneens voor de awareness van medewerkers. Ook voor hen is dit een ‘ver van mijn bed’-show, waaraan ze part noch deel hebben. Natuurlijk kunnen we als SMART-doelstelling toevoegen, dat iedere medewerker minimaal één keer per jaar een awareness training gevolgd moet hebben. Alleen zegt ook die doelstelling niets over de awareness van medewerkers. Het is echter het enige wat SMART gemaakt kan worden als het gaat om awareness.
Laten we daarom beginnen met een korte uitleg van hoe een managementsysteem behoort te werken.

Grootste probleem is meestal, dat de blokjes wel bestaan, maar dat de pijlen ontbreken. Hierdoor is er geen sprake van een systeem. Omdat de controlfunctie meestal niet goed werkt, wordt dit vaak niet opgemerkt.
Op strategisch niveau moeten vooral de keuzes gemaakt worden. Niet zozeer over informatiebeveiliging, maar vooral over de organisatie en hoe om te gaan met de belangrijkste risico’s. Op dit niveau moet zeker niet afgedaald worden tot het niveau van maatregelen.
De keuzes die moeten worden gemaakt zijn:
Deze keuzes worden vastgelegd in beleidsuitgangspunten, waardoor sturing gegeven wordt aan het planningsproces op tactisch niveau. Hierdoor wordt voorkomen dat straks op het niveau van maatregelen bepaald moet worden, waarom bepaalde best practices niet ingevuld worden als maatregel. Ontbreken deze beleidsuitgangspunten, dan kan aan het beleidsniveau ook niet gerapporteerd worden in hoeverre de beleidsuitgangspunten effectief zijn en nageleefd worden. Per definitie is er dan geen sprake van een systeem (ISMS).
De planningsfunctie heeft twee belangrijke taken:
Aan de interne norm, die je zelf moet invullen, ligt een drietal zaken ten grondslag:
Het plannen van de verbetercyclus is een tweede belangrijke taak van de planningsfunctie. Bij het invullen van de huidige situatie afgezet tegen de best practices kom je ongetwijfeld diverse maatregelen tegen, die wel wenselijk zijn voor jouw organisatie, maar die in de huidige situatie nog niet bestaan. Deze maatregelen worden in een meerjarenplanning gegoten, waarmee je tegelijk de verbetercyclus hebt geborgd. Hiervoor kun je het stoplichtmodel gebruiken zoals dat gepresenteerd is in ‘Managementrapportage risicoprofiel informatiebeveiliging ISO 27001 of 27002’.
Omdat de huidige situatie als interne norm gehanteerd wordt, zijn de veranderingen op de werkvloer minimaal. Het enige wat doorgaans verandert, is de volledigheid van de rapportage aan de control functie. Deze bevat niet alleen de incidenten, maar ook een rapportage over de naleving van de interne norm en suggesties om deze te verbeteren. Problem management speelt hierin vaak een belangrijke rol.
De control functie moet in feite over drie dingen rapporteren:
Funest voor de control functie is, dat deze ingevuld wordt door diverse interne en externe toezichthouders en versnipperd raakt. De directie krijgt dan een mêlee van aanbevelingen, die om budgettaire redenen natuurlijk niet allemaal gehonoreerd kunnen worden. Dat betekent dat de directie waarschijnlijk politieke keuzes gaat maken, wat weer de doodsteek is voor het systeem.
Zeker als het gaat om een onderwerp als informatiebeveiliging, is het beter om te denken in principes of uitgangspunten. Die weerspiegelen de normen en waarden van de organisatie. En van managers en medewerkers wordt gevraagd deze te respecteren en zelfs hieraan bij te dragen. Voorbeelden zijn:
Dergelijke principes en uitgangspunten zorgen ervoor, dat directie en medewerkers snappen op welke wijze ook zij kunnen bijdragen aan de verbetering van de informatiebeveiliging en wat er van hen wordt verwacht.
Kortom, SMART doelstellingen zijn nuttig als het gaat om de uitvoering van activiteiten. Maar als je informatiebeveiliging wilt terugbrengen naar alleen een aantal operationele activiteiten, dan zal informatiebeveiliging nooit gaan werken.