Drukapparatuur
Keuringstypen
Hieronder volgt een korte beschrijving van de keuringstypen. Omwille van het overzicht is de herintredekeuring buiten beschouwing gelaten.
Figuur 3 geeft schematisch de keuringstypen aan voor een (nieuw) drukapparaat in de gebruiksfase.

Figuur 3 Schematisch overzicht keuringsplicht (PED-apparatuur)
KVI: Keuring voor ingebruikneming
Bij vastgestelde keuringsplicht moet de KvI uitgevoerd worden vóór ingebruikneming van het drukapparaat. Deze keuring is bedoeld om risico´s te ondervangen die bij het installeren kunnen ontstaan; tevens worden de PED-aspecten gecheckt.
De KVI omvat
verificatie aan de hand van de bijbehorende documentatie, controle op goede staat, montage en toegankelijkheid van de drukapparatuur, controle van de beveiligingen.
Een KvI is ook van toepassing, indien een bestaand (keuringsplichtig) drukapparaat op een andere locatie opgesteld wordt. Wijzigingen aan niet-keuringsplichtige drukapparatuur kunnen KvI-plicht tot gevolg hebben, en vice versa.
PH: Periodieke herkeuring
Als regel houdt keuringsplicht in: vóór inbedrijfneming KVI, aangevuld met periodieke herkeuringen gedurende de levensduur. Deze keuring richt zich op verslechteringen die in de loop van de levensduur van het drukapparaat kunnen optreden, waardoor risico´s kunnen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan diverse vormen van corrosie, erosie, chemische invloeden, vermoeiing etc.
Voorafgaand aan de herkeuring dient de gebruiker een zogenaamd ‘herbeoordelingsplan’ op te stellen. Hierin geeft de gebruiker aan welke onderzoeksmethodieken op welke locaties van het drukapparaat toegepast zullen worden. De keuringsinstelling beoordeelt dit plan, voorafgaand aan de eigenlijke herkeuring.
Vervallen overgangsrecht WBDA
In de voorgaande versie van het WBDA, gemakshalve aangeduid met ‘WBDA 2002’, gold het zogenaamde ‘overgangsrecht’. Bij het vaststellen van de keuringsplicht kon het voorkomen dat een drukapparaat als keuringsplichtig werd aangemerkt, terwijl er onder de oude regelgeving geen keuringsplicht bestond. In dergelijke gevallen verviel de vastgestelde keuringsplicht, met een beroep op het overgangsrecht uit het Warenwetbesluit Drukapparatuur [4].
Revisie van het WBDA
Bij de revisie van het WBDA in 2016 is het overgangsrecht vervallen. Dit houdt in dat nu keuringsplichtige drukapparatuur niet meer onder eigen zorgplicht kan vallen, met een beroep op een niet-keuringsplichtig verleden. Dergelijke apparatuur wordt aangeduid als ’keuringsplichtige zorgplicht-apparatuur’, en moet voorbereid worden op een keuringsregime door een Nederlandse keuringsinstelling.
De gangbare herkeuringstermijn bedraagt 4 à 6 jaar. Gerekend vanaf de ingangstermijn van het WBDA 2016 moet dus zeer binnenkort alle keuringsplichtige zorgplichtapparatuur ter keuring worden aangeboden, cq moet reeds gekeurd zijn. Zie de onderstaande figuur 4.

Figuur 4 Schematisch overzicht keuringsplicht (pre-PED en voorheen niet keuringsplichtig)
Eerste herkeuring
De keuring voor ‘keuringsplichtige zorgplichtapparatuur’ wordt aangeduid met ’eerste herkeuring’ (EH, figuur 4). Taalkundig niet juist, maar wel een oplossing om uitdrukking te geven aan een startend keuringsregime niet vóór, maar in de gebruiksfase.
Kader en machineveiligheid
Als een machine in gebruik wordt genomen haal je bij Kader dé expertise om de machine in veilige staat te houden. Niet alleen om te voldoen aan de wet- en regelgeving, maar ook zodat jouw mensen veilig met de machine kunnen blijven werken. Bij Kader ben je aan het juiste adres voor kant en klare oplossingen om jouw machine in veilige staat te brengen. Ook begeleiden we bij de realisatie hiervan, bijvoorbeeld bij een eerste herkeuring. Een keurings- en inspectieplan, of een LOTOTO procedure. Wij helpen je graag.
[1] De overgangstermijn buiten beschouwing gelaten.
[2] Europese ConformiteitsBeoordelingInstantie, voorheen NoBo. Omdat de PED Europese regelgeving is, mag elke Europese EU-CBI ingeschakeld worden.
[3] Nederlandse ConformiteitsBeoordelingInstantie, voorheen AKI. Omdat dit Nederlandse regelgeving betreft mag alleen een Nederlandse CBI ingeschakeld worden.
[4] Dit overgangsrecht was gebaseerd op de intentie van de wetgever om de regels niet te verzwaren, maar alleen te bundelen en overzichtelijk te maken. Ontbrekende keuringsplicht in het gebruiksverleden moest dus in de aangepaste regelgeving voortgezet kunnen worden.