Het Plan van Aanpak (PvA) is de vertaling van de RI&E naar concrete verbeteracties. Daarmee is het een onmisbare schakel tussen signalering en uitvoering. Toch blijkt het in veel organisaties een vergeten document.
Het Plan van Aanpak is sinds 1994 verplicht als onderdeel van de RI&E, op basis van de Arbowet. Het werd ingevoerd om te zorgen dat risico’s niet alleen worden gesignaleerd, maar ook daadwerkelijk worden aangepakt.
In het plan moeten werkgevers per risico aangeven welke maatregel wordt genomen, door wie, wanneer, en met welk doel. De Inspectie SZW en kerndeskundigen verwachten dat maatregelen SMART zijn: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.
Zo is het Plan van Aanpak uitgegroeid tot het centrale sturingsinstrument voor arboverbetering in de praktijk. Zodra een RI&E is uitgevoerd, is het opstellen van een Plan van Aanpak wettelijk verplicht. Hierin worden risico’s gekoppeld aan acties, verantwoordelijken en termijnen. Maar zonder regie en opvolging wordt het PvA al snel een papieren verplichting in plaats van een levend document.
Een effectief PvA vereist prioritering. Niet elk risico is even urgent of ingrijpend. Daarom is een duidelijke Risicoclassificatie cruciaal: door risico’s te beoordelen op waarschijnlijkheid en ernst, ontstaat focus op wat echt telt.
Ook de betrokkenheid van de Preventiemedewerker speelt een grote rol. Deze functionaris is in veel organisaties verantwoordelijk voor de opvolging van het PvA, maar mist vaak de tijd of invloed om daadwerkelijk door te pakken. Een gebrekkig onderhouden Plan van Aanpak kan ertoe leiden dat incidenten zich herhalen – iets wat in veel gevallen zichtbaar wordt via de ongevallenregistratie.