Inspecties en audits met echte intentie
Een ander voorbeeld is de uitvoering van werkplekinspecties, of kleine interne audits op de uitvoering van je activiteiten. Hoe vaak gebeurt het dat deze momenten gezien worden als ‘het is weer tijd voor de werkplekinspectie of audit’, (PLAN) dat de gestandaardiseerde vragen worden doorgenomen, korte antwoorden genoteerd en de slotsom is dat we een vinkje kunnen zetten. (DO)
Maar met welke intentie is wilden we een dergelijke inspectie doen, toen we hier mee begonnen? Toen we het nog aandacht en prioriteit gaven? Toen hoopten we een gesprek met elkaar te kunnen voeren over wat iemand aantreft in zijn werk, over of dat veilig is, of het effectief is en of het nog aansluit bij wat de voorschriften zijn, of er misschien wel nieuwe inzichten opgedaan zijn. De resultaten van een inspectie zijn niet ter informatie en om aan te nemen als voldongen feit, maar om je te triggeren. Als iemand aangeeft dat het allemaal wel prima gaat, geen bijzonderheden, z’n gangetje.
Wat zijn dan de facilitatoren die maken dat het zo prima gaat?
Als iemand aangeeft dat iets stroef loopt ‘maar dat weet jij ook toch, dat doet niemand’, dan kan je schouderophalend denken dat dat inderdaad zo is, óf je prikt even net wat dieper. Kunnen we samen uitdenken waarom niemand dat doet? Wat weerhoudt mensen, wat zou ze overhalen het wel te doen, of is het eigenlijk raar dat we überhaupt de verwachting hadden dat ze het zouden doen en is het veel logischer het gewoon te schrappen? En stel dat het dan schrappen, gaan we dan over een half jaar nog eens langs die afdeling om te praten over hoe het inmiddels gaat. Hebben ze iets gemerkt van de aanpassing, was het inderdaad onnodig en zat het ‘in de weg’ voor het efficiënte en effectieve proces?(CHECK en ACT)
Dán zijn we weer bezig met continu verbetering. Dán zijn we weer bezig met Check en Act.

BHV: oefenen om van te leren
En hoe zit dat nou met de BHV-organisatie, voorbereid zijn op noodsituaties en calamiteiten? Een MKB-organisatie die gecertificeerd is voor VCA. ISO 9001 en ISO 14001, had uiteraard de BHV-organisatie ingericht en het handboek geschreven. De leden van de BHV gaan periodiek netjes op cursus en we houden zelfs nog bij wanneer ze zijn geweest en dat we er een certificaatje van ontvangen hebben. En tja die oefening deden ze in het begin een paar jaar achter elkaar trouw. Maar inmiddels zijn we een beetje verzand in de ontruiming en het verzamelen bij het verzamelpunt op de parkeerplaats zo eens in de twee a drie jaar. Het is niet helemaal zo vaak als we het misschien zouden moeten doen, maar we maken een plan( PLAN) en na wat uitstel doen (DO) we het ook netjes.
Maar eerlijk is eerlijk, de vraag rijst; wat hebben we hier nou precies aan en voor wie doen we dit? Evalueren we de oefening? En wat schrijven we dan op? In de checklist die opgesteld was om de evacuatie te evalueren stonden zaken als ‘Waren de BHV’ers herkenbaar en droegen hun hesje’ Ja/Nee. ‘Is iedereen naar buiten gegaan’ Ja/Nee ‘Is de hoofdschakelaar omgezet’ Ja/Nee. De intentie is hier hartstikke goed, er is ook nog een plan gemaakt voor de evaluatie(CHECK), maar wat moet je hier dan opschrijven? Dat iedereen naar buiten is gegaan, behalve twee collega’s die in een heel belangrijke Teams zaten en wisten dat het een oefening was? En we hebben natuurlijk niet de gasleiding dichtgezet of de elektra afgeschakeld, het was immers een oefening.
Maar wat betekent het als we dan ‘Nee’ invullen, hadden we er wél aan gedacht? En iedereen was buiten na, laten we zeggen 15 minuten, althans, op die twee na dus, maar is dat goed? Wat was de verwachting van de BHV? Want wellicht is 15 minuten wel veel te lang, wellicht staat iedereen met een jas aan, laptop in de tas, op zijn telefoon te scrollen, terwijl het de bedoeling is om alles achter te laten en zsm naar buiten te gaan, waardoor het in 5 minuten zou kunnen . Hebben we nog oog voor de kansen om te verbeteren (ACT), brengen we de aandacht en energie op om ze aan te grijpen als daadwerkelijke kans en niet te parkeren als last of gezeur?
Zien we verbeterkansen nog als kansen, of als last?

De parallel met menselijke relaties
Wellicht is dit het punt waar we weer kijken naar die menselijke relaties. Want na dat moment van commitment, kwam in mijn geval een periode van stabiliteit; weten wat je aan elkaar hebt, soms wat meer geven, soms wat meer nemen, maar wel in balans. En toen kwamen er wat projecten op ons pad, zo zijn we verhuisd, hebben mooie reizen gemaakt en er kwam nog een nieuwe baan voorbij.
En toen kwam ons grootste project, in 4 jaar tijd kregen we 3 kinderen, het leven werd een samenraapsel van vieze luiers verschonen, snotneuzen afvegen, gebroken nachten die flink drukken op het geluk, de verwondering en trots die ook bij het ouderschap horen.
De wervelwind van aandacht en prioriteit die naar deze ‘projecten’ ging had invloed op de ruimte en behoefte om een effectief en inhoudelijk gesprek te voeren, laat staan zelf nog een beetje lichamelijk en geestelijk fit blijven en dan ook nog ergens een sociaal leven in de lucht houden.
En waar dat ‘systeem’ dat je dan met je partner hebt best wel heel stabiel draait, komt er toch een punt waar ‘door kabbelen’ niet meer genoeg is. En om te voorkomen dat er iets mis moet gaan en we met onze neuzen op feiten gedrukt worden, zal er weer écht aandacht, prioriteit en commitment terug moeten komen. Want het is, nou ja mij persoonlijk in ieder geval, te veel waard om dat niet te doen. Er is te veel in geïnvesteerd, en er is te veel wat het mij oplevert, dus ik maak stapjes, van aandacht geven, écht luisteren in gesprekken, prioriteit geven, door dan maar niet doelloos op die telefoon te scrollen.
En dat lukt me niet altijd, want ook aan mij wordt continu getrokken vanuit allerlei belanghebbenden, maar vals plat is ook vooruitgang, zolang we maar langzaamaan een stijgende lijn inzetten.
Kleine stappen, blijvende aandacht
En zo werkt het ook voor het managementsysteem. Ik wil niet verkondigen dat iedere organisatie continu het beste jongetje uit de klas moet willen zijn of alle PDCA cycli perfect moeten afronden, want dat is geen reëel verhaal. De realiteit is dat je geen geld verdient met het hebben van een managementsysteem, maar het hebben van het systeem kan je wél helpen om efficiënter, effectiever en met oog voor de juiste kansen die op je pad komen te werken. En dat hoeft dus niet met grote pieken en prestaties, maar met aandacht, prioriteit en commitment voor beweegredenen en wat er écht speelt en dan blijft ook bij jullie, dat vlammetje branden.
En dan blijft het vlammetje branden.