Hoeveel invloed iemand heeft op zijn/haar werk en de manier waarop hij/zij doet.
Autonomie verwijst naar de mate waarin medewerkers zelf bepalen hoe zij hun werk uitvoeren, in welke volgorde en in hoeverre zij hun eigen werkwijze kunnen bepalen. In de arbeids- en organisatiepsychologie wordt autonomie gezien als een belangrijke hulpbron die helpt om psychosociale arbeidsbelasting te reguleren.
Een softwareontwikkelaar die zelf kan bepalen hoe hij een probleem oplost, wanneer hij pauze neemt en in welke volgorde hij taken uitvoert, ervaart doorgaans meer controle en minder stress dan iemand die elk detail van bovenaf krijgt voorgeschreven. In een ander geval, zoals een callcenter waar scripts strikt gevolgd moeten worden en weinig ruimte is voor eigen interpretatie, kan de werkdruk juist hoger worden ervaren, ook als het aantal taken gelijk is.
Binnen modellen zoals het JD-R model speelt autonomie een centrale rol: voldoende autonomie kan de negatieve effecten van hoge taakeisen deels compenseren. Wanneer die autonomie ontbreekt, ontstaat sneller een gevoel van machteloosheid en neemt de kans op stressklachten toe. Tegelijkertijd zien we dat een te veel aan autonomie een bepaalde mate van stuurloosheid kan veroorzaken.
(Hier vind je alles.)