Verschillende factoren beïnvloeden de risico's
Er bestaat een groot verschil tussen het veiligstellen (isoleren) van een leiding met lucht op atmosferische druk, en een systeem waarin bijvoorbeeld blauwzuur onder druk aanwezig is. Ook factoren zoals leidingdiameter, druk of werkzaamheden zoals vessel entry hebben een directe invloed op het risico. Toch wordt in organisaties te weinig rekening gehouden met de omstandigheden van het object dat veiliggesteld wordt. Ondanks dat deze sterk kunnen verschillen, wordt vaak dezelfde methode gehanteerd. En juist daar ligt in de praktijk vaak de grootste uitdaging.
Wanneer veiligstellingskeuzes complex worden
Tijdens de werkvoorbereiding ontstaan regelmatig discussies over de juiste wijze van veiligstellen. Is een enkele afsluiter voldoende, of moet er een blind worden geplaatst? Is een dubbele afsluiter noodzakelijk, of kan het systeem op een andere manier veilig worden gesteld? Dit soort vragen komen voort uit de grote variatie tussen installaties. Een systeem waarin bijvoorbeeld een toxisch of brandbaar product onder hoge druk aanwezig is, vraagt om andere veiligheidsmaatregelen dan een kleine leiding met een ander type medium onder lage druk.
Ook de grootte van een leiding speelt een rol voor het bepalen van het risico. Wanneer deze factoren niet expliciet worden meegenomen in de afweging, worden veiligstellingsmethoden vaak gebaseerd op historische werkwijzen of op bestaande procedures. Wat ooit als een veilige oplossing bedacht was binnen een bepaalde installatie, wordt vervolgens ook toegepast in andere situaties. Daardoor sluit de manier van veiligstellen niet of niet optimaal aan bij de omstandigheden van het systeem waarin gewerkt wordt.
Hoog risico vraagt om robuuste veiligstelling
In situaties waarin het risico groot is, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van toxische stoffen of hoge druk, zal vaak gekozen moeten worden voor een robuuste veiligstellingsmethode. Daarbij kan het noodzakelijk zijn om een leiding fysiek te onderbreken, bijvoorbeeld door het plaatsen van blinds of het verwijderen van een spool, zie figuur 1. Deze aanpak zorgt ervoor dat het systeem daadwerkelijk fysiek gescheiden wordt van de gevarenbron.
Dit soort positieve veiligstellingen worden vaak toegepast wanneer een incident ernstige gevolgen kan hebben. Maar in situaties waarin het risico aanzienlijk lager is, kan deze veiligstellingsmethode onnodig zwaar zijn. Daar kan het onder bepaalde omstandigheden acceptabel zijn om achter een enkele afsluiter te werken, mits duidelijk is dat het risico beperkt is.
Het verschil tussen deze situaties laat zien dat veiligstellingsmethodes niet universeel zijn. De keuze voor het veilig stellen moet aansluiten bij het risico van het systeem.
