Harm van Bemmel van Consultant Arbeidshygiëne
Harm van Bemmel is consultant Arbeidshygiëne. Hij inventariseert en analyseert arbeidsomstandigheden in de breedste zin van het woord.
1 artikel(en)We weten dat werk zwaar kan zijn. Maar weten we ook hoe zwaar? En nog belangrijker: wanneer zwaar werk overgaat in overbelasting?
Harm van Bemmel is expert fysieke belasting. Hij adviseert organisaties over het voorkomen van fysieke overbelasting. Tegelijkertijd staat hij ook regelmatig met zijn voeten in de klei; één dag per week werkt hij namelijk als hovenier. Harm bekijkt het onderwerp niet alleen als analist, maar ervaart het ook zelf in de praktijk. Een mooie combinatie!
Wat fysieke overbelasting ingewikkeld maakt, is dat het zich zelden aankondigt met één duidelijk moment. Na een zware dag ben je moe. Dat hoort erbij. Spieren herstellen weer en de volgende dag ga je verder.
Het probleem ontstaat niet op dag één; het ontstaat in de herhaling. Dag in, dag uit dezelfde houding. Structureel tillen. Langdurig op de knieën werken omdat het werk zich op straat- of grondniveau afspeelt. Boven schouderhoogte werken omdat de omgeving dat vraagt. Het lichaam kan veel hebben, maar niet onbeperkt. Wanneer klachten uiteindelijk zichtbaar worden, is het proces vaak al langere tijd bezig. Juist omdat het zo geleidelijk gaat, ontbreekt soms het gevoel van urgentie.
.png)
In gesprekken hoor ik soms dat zwaar werk bijna als een voordeel wordt gezien: je hoeft dan tenminste niet meer naar de sportschool. Dat klinkt misschien logisch, maar eigenlijk is dat precies hoe je het niet moet bekijken. Werk is geen training. In een sportschool bepaal je zelf de belasting, bouw je gecontroleerd op en is er ruimte voor herstel. Op het werk is de belasting vaak eenzijdig en langdurig, en wordt die vooral bepaald door wat er gedaan moet worden.
In fysiek zware beroepen wordt belasting snel genormaliseerd.
“Het hoort erbij.”
“Zo doen we het al jaren.”
Dat hoor ik regelmatig op de werkvloer. En eerlijk gezegd begrijp ik dat ook. Als je dagelijks fysiek werk doet, ontwikkel je een bepaalde routine en een zekere mate van gewenning. Maar gewenning betekent niet dat het lichaam het op de lange termijn ook aankan.
In mijn advieswerk merk ik dat organisaties vaak wél weten dat werk zwaar is. Maar als je doorvraagt, ontbreekt het concrete beeld.
Zolang fysieke belasting een algemeen begrip blijft, blijft het ook lastig om er gericht op te sturen. Pas wanneer je het concreet maakt — in kilo’s, tijd, frequentie en houdingen — ontstaat er inzicht. En zonder inzicht blijft het al snel bij aannames.
Wat mij tijdens mijn werk als adviseur altijd opvalt, is dat de kennis vaak al beschikbaar is. In veel sectoren zijn duidelijke richtlijnen vastgelegd. Bij straatwerk is bepaald wanneer machinaal gewerkt moet worden. In de zorg zijn afspraken gemaakt over het gebruik van tilliften. In de logistiek wordt tilbelasting berekend op basis van gewicht, frequentie en houding. En bij montage- of glaswerkzaamheden gelden maximale gewichten en regels voor teamtillen.
Met andere woorden: in veel gevallen weten we eigenlijk al wanneer fysieke belasting niet meer verantwoord is. De vraag is alleen of we daar ook actief op toetsen.
Voor mij werd dat extra duidelijk door mijn eigen praktijkervaring als hovenier. Tijdens mijn opleiding arbeidshygiëne begon ik anders naar mijn eigen werk te kijken. Ik keek niet meer alleen naar wat "erbij hoort”, maar naar de kilo’s die per dag worden verplaatst, hoe vaak er wordt getild en hoe lang bepaalde houdingen worden aangehouden.”
Dat leverde interessante inzichten op. Werk dat jarenlang volkomen normaal voelde, bleek bij nader inzien soms toch behoorlijk zwaar wanneer je het objectief bekijkt. Zeker als je de belasting optelt over een volledige werkdag of werkweek.
Tegelijkertijd zie ik ook hoe het anders kan. Het hoveniersbedrijf waar ik voor werk kijkt steeds vaker naar manieren om fysieke belasting te verminderen, bijvoorbeeld door hulpmiddelen, andere werkmethoden of slimme organisatie van het werk. Dat vind ik mooi om te zien, omdat het laat zien dat ook in fysiek zware beroepen stappen mogelijk zijn.
Die ervaring helpt mij ook in mijn advieswerk. Het maakt gesprekken met de werkvloer realistischer en praktischer.
Voor organisaties die met fysieke belasting aan de slag willen, zijn arbocatalogussen eigenlijk heel bruikbare hulpmiddelen. Ze vertalen wetgeving naar concrete afspraken binnen een sector. Niet abstract, maar toepasbaar in de praktijk.
Je vindt er bijvoorbeeld richtlijnen over:
In combinatie met de arbeidshygiënische strategie — vaak samengevat in de TOP-strategie — ontstaat er een duidelijke volgorde in maatregelen:
In de praktijk zie ik nog regelmatig dat die volgorde wordt omgedraaid en dat de nadruk vooral ligt op houding of gedrag. Terwijl de grootste winst misschien zit in een technische of organisatorische aanpassing.
Er zijn A-bladen, toolboxen, richtlijnen en formats voor RI&E’s. Instrumenten zijn er dus genoeg. Toch blijft de vraag of het onderwerp ook echt leeft binnen organisaties. Een toolbox die wordt afgevinkt, verlaagt geen fysieke belasting. Een richtlijn op papier voorkomt geen knie- of rugklachten als productie altijd voorrang krijgt.
Wat helpt, is inzicht combineren met betrokkenheid. Niet alleen inventariseren, maar ook bespreken wat eruit komt. Waar zit de grootste belasting? Wat kan anders? En vooral: het samen doen.
De Nederlandse Arbeidsinspectie breidt de handhaving op fysieke belasting uit naar meerdere beroepsgroepen. Wie de lijst bekijkt, ziet vooral functies waarvan iedereen eigenlijk al weet dat het fysiek zwaar werk is.
Dat de Arbeidsinspectie de handhaving uitbreidt, vind ik een logische stap. Fysieke belasting is al jaren een belangrijke oorzaak van uitval en werkgevers zijn verplicht om risico’s te inventariseren in een actuele RI&E en maatregelen te nemen volgens de arbeidshygiënische strategie. Maar handhaving blijft uiteindelijk controle achteraf.
De belangrijkere vraag is of organisaties zichzelf die vragen al stellen voordat iemand anders dat doet:
Het is goed dat er wordt gehandhaafd. Maar uiteindelijk gaat het niet om het vermijden van een boete. Het gaat om het organiseren van werk op een manier die gezond en duurzaam vol te houden is. We weten dat het werk zwaar is. De vraag is of we ook precies weten hoe zwaar — en wat we met dat inzicht doen.
Aan de slag met fysieke belasting in jouw organisatie? Volg dan onze training Fysieke belasting. In een dag(deel) behandelen we verschillende onderwerpen op het gebied van fysieke belasting en kijken we ook naar praktijksituaties. De training wordt volledig afgestemd op je bedrijfssituatie.
De fysieke belasting en bijbehorende risico's in jouw organisatie vastleggen, doe je in de RI&E, met een verdiepend onderzoek. Kader voert dit onderzoek graag voor je uit. Neem gerust contact op.
Contact opnemen