Toevallige faalkans
Welk level een machine behaald hangt af van een aantal factoren. Per veiligheidsfunctie wordt er berekend hoe groot de kans op toevallig gevaarlijk falen is. Deze kans op gevaarlijk falen wordt per uur bepaald. Om een bepaald level te behalen moet deze waarde laag genoeg zijn.
De onderdelen die belangrijk zijn bij de berekening zijn:
- Het aantal schakelingen waarna 10% van de componenten gefaald hebben (B10d);
- De gemiddelde tijd tot gevaarlijk falen (mean time to dangerous failure MTTFd);
- Het percentage gevaarlijke fouten dat gedetecteerd wordt (diagnostic coverage, DC).
Ook is er bij de berekening nog een andere factor van belang, namelijk: De architectuur van de veiligheidsfunctie. Deze kan één-kanaals (enkelvoudig) of twee-kanaals (redudant) zijn. Een belangrijke factor is de diagnose, hiermee kan het besturingssysteem controleren of componenten nog goed werken. De PL-norm gebruikt 4 categorieën om de architectuur mee te specificeren:
- Categorie 1: Enkelvoudig, geen diagnose, alleen mogelijk met hele goede (well-tried) componenten;
- Categorie 2: Enkelvoudig maar er is wel diagnose met een testkanaal dat de machine nog veilig kan stellen;
- Categorie 3: Redundant, met een redelijke diagnose;
- Categorie 4: Redundant met een hele goede diagnose.
Voor de berekening van de toevallige faalkans zijn verschillende kosteloze tools beschikbaar:
- SISTEMA (IFA);
- Functional Safety Design Tool FSDT (ABB);
- TIA Selection Tool (Siemens).