De vier treden waarop een organisatie gecertificeerd kan worden zijn als volgt:
CO2-Prestatieladder 4.0 trede 1
CO2 reduceren in de eigen organisatie
De organisatie maakt een korte termijnplan voor CO2- en energiereductie en begint met het verzamelen van verbruiksdata (gasverbruik, elektraverbruik en brandstofverbruik). Met deze data wordt een emissie-inventarisatie met scope 1 en 2 emissies en een energiebalans opgesteld. In een energiebeoordeling volgens ISO 50001 wordt er verdiepend gekeken naar het verbruik en de mogelijkheden voor reductie. Deze worden geconcretiseerd in het plan van aanpak met een doelstelling voor 1 tot 3 jaar. In het communicatieplan worden de interne en externe communicatiemomenten vastgelegd. En in het samenwerkingsplan staat welke samenwerkingen nodig zijn om de doelstelling te behalen.
Trede 1 van de CO2-Prestatieladder 4.0 is vergelijkbaar met niveau 3 van het oude handboek.
CO2-Prestatieladder 4.0 trede 2
CO2 reduceren met de keten
Vanaf trede 2 op de ladder moet de organisatie inspanningen leveren rond CO2-reductie in de gehele keten. De emissie-inventarisatie wordt uitgebreid met scope 3 emissies. Dat zijn bijvoorbeeld ingekochte materialen en goederen, extern transport en afval. Via een ketenanalyse wordt van een specifieke organisatie-activiteit de gehele keten in kaart gebracht. Er wordt een klimaattransitieplan opgesteld met een doelstelling voor 5 tot 10 jaar. Dit is een uitbreiding op het voor trede 1 opgestelde plan van aanpak. Ook voor scope 3 wordt een doelstelling gesteld. Het klimaattransitieplan wordt actief gedeeld met partners.
Trede 2 van de CO2-Prestatieladder 4.0 is vergelijkbaar met niveau 4 en 5 van het oude handboek.
CO2-Prestatieladder 4.0 trede 3
CO2 reduceren naar nul in 2050
Vanaf de derde trede streeft de organisatie naar nul CO2-uitstoot op scope 1, 2 en 3. De organisatie stelt een klimaattransitieplan op voor nul CO2-uitstoot in 2050 compleet met een plan van aanpak voor de middellange termijn. Dit betekent ook dat de organisatie een kwantificering moet maken van de Overige Beïnvloedbare Emissies (OBE) en een inventarisatie van alternatieve reductiestrategieën.
De organisatie toetst haar klimaattransitieplan en de voortgang ervan in dialoog met onafhankelijke deskundigen, bijvoorbeeld van de overheid, NGO’s of kennisinstellingen. Vanaf trede 3 speelt de organisatie een dragende rol voor de sector en in de samenleving.
CO2-Prestatieladder 4.0 trede 4
Nog in ontwikkeling
De hoogste trede van de CO2-Prestatieladder 4.0 is nog in ontwikkeling. De verwachting is dat deze trede zal gelden voor de echte duurzaamheid koplopers in de sector. Deze organisaties zullen aantoonbaar sneller opereren met 0 emissies dan organisaties op trede 3. Certificering op trede 4 is nog niet mogelijk.
