Dit artikel gaat over klanttevredenheidsonderzoeken. Als je een klanttevredenheidsonderzoek wilt houden stuit je al snel op een aantal vragen:
Wie zijn mijn klanten eigenlijk?
Moet ik alle klanten interviewen?
Hoe bepaal ik de steekproefgrootte?
Hoe bereik ik mijn klanten?
Moet ik dit zelf doen en krijg ik dan wel objectieve informatie?
Hoe kom ik tot een betrouwbare analyse?
Wat doe ik met de resultaten van het onderzoek?
Vooral in de markt van de zakelijke dienstverlening, waar het aantal klanten (relatief) beperkt is en waar sprake is van een intensieve relatie tussen klant en leverancier, maar ook van complexe diensten, is zo’n klanttevredenheidsonderzoek complex.
Complex? Je kent je klanten toch? Als een klant niet tevreden is, zou jij of één van je medewerkers dit toch weten? De praktijk blijk vaak anders.
Niet voor niets eist ISO 9001 dat je de perceptie van klanten monitort, dat je bepaalt in hoeverre je organisatie heeft voldaan aan de eisen van de klant en wat er beter kan.
Dat je:
door:
levert je het volgende op:
Een klanttevredenheidsonderzoek geeft je, samen met informatie over klantverloop, klantentrouw, klachten, evaluaties van lost orders en evaluaties van uitgevoerd opdrachten, een compleet beeld van de perceptie van je klanten.
Belangrijk elementen binnen een kwaliteitsmanagementsysteem zijn het meten van je klanttevredenheid, afgebeeld op het INK-managementmodel
In het (bedrijfskundige) INK-managementmodel wordt een organisatie opgedeeld in 10 aandachtsgebieden die samen bepalend zijn voor het succes van de organisatie. Een klant-tevredenheidsonderzoek zit in het gebied “Klanten en partners” en (in mindere mate) in “Verbeteren en vernieuwen”.
Kwaliteitsverbetering realiseer je door het volledig doorlopen van de plan-do-check-act cyclus. Een klanttevredenheidsonderzoek is primair een check en daarnaast het initiëren van de act.
Een klanttevredenheidsonderzoek is meer dan het afwerken van een lijstje met vragen.
Er zijn verschillende soorten onderzoek en er zijn verschillende werkwijzen. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Het laatste is vooral bedoeld om inzicht te krijgen in het “waarom”.
Voor klanttevredenheidsonderzoek zijn diverse meetinstrumenten ontwikkeld, die zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, zoals bij voorbeeld servqual, servperf en de critical incidents technique. De servqual methode gaat uit van het idee dat de kwaliteit van een dienst wordt bepaald door het verschil tussen de verwachtingen en de ervaringen van de klant. Hoe meer de ervaring overeenkomt met de verwachting, hoe tevredener de klant is. Servperf meet alleen de ervaringen van de klant met betrekking tot de interactie met zijn leveranciers. Bij de critical incidents technique gaat het vooral om het beoordelen van het proces van dienstverlening.
Er bestaat een verschil tussen het meten van de kwaliteit van dienstverlening en het meten van de tevredenheid van de klant. Een klant is vooral tevreden als zijn verwachtingen worden gerealiseerd en liefst een beetje worden overtroffen. Een klant kan dus best ontevreden zijn bij een kwalitatief goede dienst.
Een klanttevredenheidsonderzoek kan zich richten op de gehele populatie of op een (representatief) gedeelte. Onderzoek op basis van een steekproef gaat uit van de aanname dat nonrespons zich gedraagt als respons en dus niet de resultaten vertekent. Dat is zeker niet altijd juist. Bij een tevredenheidsonderzoek kunnen de zeer tevreden en de zeer ontevreden klanten gemakkelijk oververtegenwoordigd zijn.
Een steekproef volstaat prima om betrouwbare uitspraken te kunnen doen. Het voordeel van een integraal onderzoek is wel dat je al je klanten laat zien dat je geïnteresseerd bent in hun mening en dat het waarborgen van een hoge kwaliteit van je dienstverlening je ernst is.
In marktonderzoeken is veel ervaring opgedaan met enquêtering. Deze techniek en expertise kunnen prima gebruikt worden voor klanttevredenheidsonderzoeken. Enige kanttekening is wel op zijn plaats:
Wanneer is een klanttevredenheidsonderzoek goed uitgevoerd? De volgende factoren zijn bepalend:
“Meten is weten”. Maar wat nu te doen? Klanten willen zien dat er wat met de resultaten gebeurt. Bij een volgend onderzoek zullen waarschijnlijk dezelfde personen weer worden benaderd. Als de situatie ongewijzigd is ten opzichte van de vorige keer (dus als verbeteracties zijn uitgebleven), zullen ze niet weer mee willen werken, verliezen ze het vertrouwen in de (verbetercapaciteiten van de) organisatie, worden ze zich bewust van de matige kwaliteit en gaan ze op zoek naar een andere leverancier.
Voorop staat: het mag niet blijven bij meten alleen. Je moet er gevolg aan geven. Laat de betrokkenen ervaren dat je de resultaten erkent en er wat mee doet.
Welke verbeteracties nuttig zijn, hangt af van allerlei factoren:
Hoe te verbeteren? Hier valt bijzonder veel over te zeggen. In het algemeen geldt dat het goed is om:
Een betere kans om vervolgprojecten bij bestaande klanten te verwerven, krijg je niet. Benut deze kans. De commerciële kosten van dergelijke projecten zijn immers een factor 8 lager dan die van het verwerven van projecten bij nieuwe klanten. Bovendien heeft de klant je gratis advies gegeven. Daar kan geen adviesbureau tegenop, want jij kent niet alleen jouw klanten door en door, maar jouw klanten kennen jou ook zeer goed.