FAQ

Wanneer is een onderzoek biologische agentia nodig?

Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen overdraagbaar zijn, veroorzaakt door bacteriën, virussen, parasieten of schimmels. Ook stoffen of structuren die afkomstig zijn van levende of dode organismen, zoals endotoxine, exotoxinen, vallen hieronder. Wanneer is een onderzoek biologische agentia nodig in jullie bedrijf?

Wanneer is een onderzoek biologische agentia nodig binnen je bedrijf of organisatie?

Als dit risico naar voren komt uit de RI&E

    • werken met afval, compost, rioolwater
    • agrarische sector (veehouderij, landbouw, glas- en tuinbouw)
    • zorg (infectieziekten) en scholen
    • vocht- of schimmelproblemen in gebouwen

Als er klachten zijn bij medewerkers

    • als gevolg van directe of indirecte blootstelling aan biologische agentia: luchtwegklachten, allergieen en infectie

Als biologisch agentia onderdeel zijn van het werk

    • Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit moet je extra maatregelen nemen bij werkzaamheden waarbij biologische agentia bewust of onbewust voorkomen. Denk hierbij ook aan werkzaamheden in microbiologische laboratoria, werkzaamheden met karkassen, nabij oppervlaktewateren, organisch stof, mest en waternevel

Indien risico's niet voldoende onderbouwd kunnen worden op basis van expert judgement (opstellen RI&E), dan is aanvullend onderzoek verplicht. Hierbij kan een adviseur een verdiepend onderzoek (RIEBA: RI&E Biologische Agentia) uitvoeren m.b.v. de blauwdruk. Een alternatief is om de blootstelling in de lucht of op aangedane oppervlakken te meten en te beoordelen. Het doel van verdiepend onderzoek (nadere inventarisatie) is om het risico in kaart te brengen, maatregelen te adviseren met het oog op een veilige en gezonde werkplek.

  • Bij veranderingen in het werkproces of wanneer de RI&E niet meer actueel is, is het advies ook deze risico's opnieuw te beoordelen. Eventuele incidentele blootstellingen dienen opgenomen te worden in het BHV-plan.

  • Voor jeugdigen (werknemers jonger dan 18 jaar) geldt dat zij niet mogen worden blootgesteld aan biologische agentia in de categorieën 3 en 4.

  • Zwangere vrouwen lopen een extra risico, omdat een aantal infecties schade aan het ongeboren kind kunnen toebrengen. Zij mogen daarom niet blootgesteld worden.

  • Werknemers met een minder goed functionerend immuunsysteem lopen een groter risico op infecties met bekende infectieuze organismen. Ook organismen die bij andere mensen geen infecties veroorzaken kunnen een probleem gaan vormen. Het immuunsysteem gaat slechter functioneren als iemand bijvoorbeeld aids of chronische suikerziekte heeft, maar ook door het gebruik van medicijnen na een transplantatie of bij een (tijdelijk) fysiek verminderde weerstand.

 

Meer weten?

Over Arbeidshygiëne

(Hier vind je alles.)