Romprotatie is het draaien van de romp terwijl het lichaam kracht levert. Deze beweging komt veel voor bij tillen, duwen, trekken of het verplaatsen van materialen. Onder belasting ontstaan bij deze draaiing torsiekrachten in de wervelkolom. De combinatie van draaien en deze krachten maakt romprotatie een belangrijke risicofactor voor rugklachten.
De tussenwervelschijven zijn een belangrijke structuur van de wervelkolom. Ze zijn echter minder ‘goed’ gebouwd om grote draaiende krachten op te vangen, zeker niet wanneer er tegelijk gewicht wordt getild. Bij rotatie onder belasting worden de schijven ongelijk belast en ontstaat extra spanning in het weefsel. Vooral in de onderrug, waar de draaibeweging van nature beperkt is, kan dit sneller leiden tot overbelasting.
Een herkenbaar voorbeeld is dozen stapelen op een pallet. De dozen staan naast de medewerker en de pallet staat schuin of iets achter het lichaam. Bij elke doos pak je het gewicht op en draai je de romp om de doos weg te zetten. Als de voeten blijven staan en de draaiing vooral vanuit de wervelkolom plaatsvindt, ontstaat er herhaaldelijk torsie onder belasting. Hoe vaker dit gebeurt, hoe groter de kans op overbelasting.
Binnen de ergonomie en fysieke belasting geldt romprotatie daarom als een verzwarende factor. Verschillende meetinstrumenten en observatiemethoden nemen rompverdraaiing mee in de risicoscore van een taak. Zodra kracht wordt geleverd terwijl de wervelkolom gedraaid is, neemt de beoordeelde belasting toe. Het risico wordt groter wanneer je deze beweging vaak herhaalt, lang vasthoudt of in een voorovergebogen houding.
Tegelijkertijd is romprotatie vaak relatief eenvoudig te beperken. Door de werkomgeving aan te passen, bijvoorbeeld door de palletpositie te veranderen of medewerkers te laten meedraaien met de voeten in plaats van uitsluitend vanuit de wervelkolom te draaien, kan de fysieke belasting merkbaar worden verlaagd. Daarmee wordt een belangrijke verzwarende factor effectief verminderd.
(Hier vind je alles.)