Het is een absurde zaak, dat een belangrijk deel van de discussie over maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat over motieven om het te doen en over richtlijnen hoe middels rapportages aangetoond kan worden, dat men zich houdt aan de spelregels voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is iets wat uit mensen zelf komt. Als zij iets willen betekenen voor deze wereld, dan ondernemen zij met een ander doel dan zelfverrijking of maximalisering van de opbrengsten voor aandeelhouders. Als men MVO ziet als een gift aan een goed doel en tegelijkertijd onnodig schaarse grondstoffen verbruikt en misbruik maakt van mensen in de leveringsketen om zichzelf of zijn bedrijf te verrijken, dan is men niet goed bezig. Dan is zo’n gift niet meer dan een zoenoffer aan de maatschappij of een poging te laten zien, dat men toch wel maatschappelijk betrokken is.
Het is duidelijk dat als we doorgaan ‘people en planet’ uit te putten, het over enkele decennia onmogelijk zal zijn nog ‘profit’ te behalen. De prijzen van grondstoffen zullen daarvoor dan veel te hoog zijn geworden. Vanwege het korte-termijngewin echter kiezen veel bedrijven ervoor MVO maar zoveel mogelijk aan anderen over te laten. MVO wordt met de mond beleden en verder staat alles in dienst van de kwartaalcijfers. De lange-termijnvisie is beperkt tot een termijn van maximaal drie maanden en men voldoet netjes aan alle regeltjes van de beurs, de toezichthouders en andere regelneven, die trachten de spelregels te handhaven.
Vergelijk het met voetbal. Wedstrijden waarin alle spelers zich netjes houden aan de richtlijnen van hun trainer zijn niet om aan te zien. Pas als spelers eigenwijs worden en gaan soleren, riskante passes gaan geven of onmogelijke pogingen gaan doen om te scoren, dan wordt het leuk. Spelers die dat doen, hebben de grootste transferwaarde. Zij trekken supporters naar de stadions. Bij beursgenoteerde bedrijven echter worden dergelijke sterren onmiddellijk op de vingers getikt en bij herhaling gewisseld.
Dr. ir. André Nijhof, associate professor Business Ethics & Corporate Social Responsibility aan European Institute for Business Ethics, Nyenrode Business Universiteit pleit dan ook voor balans in people, planet en profit: ‘Zolang maatschappelijk verantwoord ondernemen uitsluitend benaderd wordt vanuit een economisch paradigma, heeft het weinig toekomst, hoewel het debat met ongekend groeiende intensiteit wordt gevoerd.
Onlangs is de voortgangsrapportage over vijf jaar kabinetsbeleid maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) verschenen. Daaruit blijkt dat het aantal bedrijven dat aan de slag is met MVO nog steeds beperkt is. De rapportage wil meer bekendheid geven aan de richtlijnen die bij velen onbekend zijn en wil branchegerichte vertalingen van MVO ontwikkelen. Niet zozeer een gebrek aan hulpmiddelen belemmert verdere ontwikkeling, maar de dominante benadering van MVO. Die gaat uit van het economische paradigma, waarbij aandacht voor sociale rechtvaardigheid (people) en duurzaamheid (planet) van belang is voor zover en zolang dat leidt tot betere economische resultaten (profit). De uitkomst is voorspelbaar: het is business as usual, waaraan achteraf het predikaat MVO kan worden toegekend.’
In feite rekent Nijhof hier af met het magere denkwerk van de overheid, dat als je iets niet in geld en verantwoordingen kunt uitdrukken, het ook niet bestaat. Typisch de arrogantie van een overheid die alleen kijkt naar de belangen van en de gang van zaken in grote bedrijven. En dat terwijl het MKB in feite vaak veel beter scoort als het gaat om de werkelijke toepassing van MVO. (Zie ook ‘MKB heeft vaak voorsprong bij maatschappelijk verantwoord ondernemen MVO’.)
Nijhof vervolgt: ‘Een wezenlijk andere benadering gaat ervan uit dat sociale rechtvaardigheid, duurzaamheid en economische resultaten elk een belangrijke waarde vertegenwoordigen. De ene waarde staat niet in dienst van de andere. Dat kan leiden tot innovatieve oplossingen met een goede balans tussen deze waarden. Soms leidt dat tot lastige keuzes. De uitkomst is voorspelbaar; het resulteert in inclusief ondernemen waarbij rekening wordt gehouden met een breed waardebesef.’
Ook hekelt Nijhof het normatieve denken van de overheid, waardoor doelstellingen vaak niet gehaald worden: ‘Indien onze morele verplichtingen verbroken kunnen worden zodra dat in ons voordeel is, vernietigt dat de deugden waarvan ook een goede marktwerking afhankelijk is. MVO op basis van het economische paradigma kan op termijn een paard van Troje blijken, doordat oprechte betrokkenheid bij medemensen en zorg voor de natuur geschoeid worden op economische argumenten.
Het vorige kabinet kreeg de kritiek dat het een hapsnap-beleid voerde. Als dit kabinet die valkuil wil vermijden, moet het een visie ontwikkelen op de uitgangspunten achter MVO. Zolang die uitsluitend gebaseerd zijn op het eigenbelang van bedrijven doet de overheid er verstandig aan om niet langer ondernemers ‘lastig te vallen’ met MVO.’
De uitspraken van Nijhof riepen zelfs bij medestanders een reactie op. Wouter Scheepens van Triple Value Strategy Consulting repliceerde: ‘Steeds meer bedrijven zijn gaan inzien dat voor succes meer nodig is dan economische winst op de korte termijn. De bedrijven die de bredere behoeften van hun stakeholders het best bedienen, zijn het meest succesvol. Maar dit is alleen vol te houden als het gegrondvest is op een degelijke economische basis. Nijhof miskent met zijn stelling de vooruitgang die veel bedrijven hebben geboekt, zoals Fortis, Akzo Nobel, Philips en Unilever, die met maatschappelijk verantwoord ondernemen de belangen van hun aandeelhouders dienen.’
Op zijn site stelt Scheepens ook: ‘De meeste multinationals zijn overtuigd van de meerwaarde van duurzaam ondernemen. Veel andere bedrijven denken dat het voor hen minder relevant is, dat het vooral gaat om goede sier maken en dat niemand op duurzaam ondernemen zit te wachten.’
Maar wat Nijhof stelt, is dat het creëren van profit als motief voor planet en people een te smalle basis is voor de duurzaamheid van MVO. Het is dan slechts een verpakking van een inhoud met beperkte houdbaarheidsdatum. Blijkbaar moet er eerst iets als een duurzaamheidscrisis plaatsvinden.
Willem Lageweg, directeur van MVO Nederland probeert volgens de bekende poldergedachte beide medestanders op één lijn te krijgen en voegt een dimensie toe aan de discussie. Hij stelt: ‘Beiden hebben deels gelijk, maar hun visie is te eenzijdig. De praktijk laat zien dat ondernemers vanuit drie motieven met MVO aan de slag gaan:
Soms is één motief dominant, maar in de meeste gevallen is een mix aan de orde:
De overheid moet beseffen dat deze variëteit aan motieven ook om gevarieerde beleidsmaatregelen vraagt. Naast voorbeeldgedrag (bijvoorbeeld bij het eigen inkoopbeleid) en consistentie is een belangrijk aspect het bevorderen van eerlijke kansen voor ondernemers die klimaat, milieu en sociale factoren zwaarder laten meewegen dan louter door de wet vereist. Op die manier wordt eerlijke marktwerking gestimuleerd en recht gedaan aan hogere doelen dan louter financiële overwegingen.’
Lageweg heeft natuurlijk volledig gelijk met zijn constatering over de motieven van bedrijven om aan MVO te doen, maar ook hij ziet een aantal aspecten over het hoofd.
Hij zegt dat veel ondernemers al aan MVO doen, omdat het hoort. Deze bedrijven hebben geen behoefte aan regels. Tegelijk blijkt uit een evaluatie van 5 jaar MVO door de overheid, dat nog geen 1000 bedrijven zich ermee bezighouden. Dat is ca. 0,1 procent van de bedrijven in Nederland. Betekent dit, dat de overheid vindt, dat 99,9% van de bedrijven in Nederland dus niet voldoet aan de criteria voor MVO en dat die bedrijven dus niet de voordelen van MVO krijgen, die Lageweg in het vorige hoofdstuk noemde? Dit is in flagrante tegenspraak met de belofte van eerlijke kansen voor bedrijven die al lang maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Veel grote ondernemingen hebben een afdeling ‘corporate communications’ die allang het MVO-vraagstuk op haar bordje heeft liggen. Ten koste van alles moeten kopersstakingen vermeden worden en dus wordt zorgvuldig gecommuniceerd over MVO. Voor dergelijke bedrijven is MVO puur een marketing-issue geworden, net als Corporate governance. Want niet de Code Tabaksblat, maar uiteindelijk de publieke opinie, waardoor het risico op imagoschade te groot werd, heeft iets veranderd aan bijvoorbeeld buitensporige beloningen van topbestuurders. Op dezelfde manier gaan grote ondernemingen dus om met MVO, terwijl ze wel netjes voldoen aan alle richtlijnen voor MVO.
MVO dreigt in de praktijk te verzanden in papierwerk in plaats van dat het een attitude wordt. Laten we nu eerst eens kijken hoe we al die bedrijven, die al lang werken aan MVO, ook erkend krijgen, zonder dat zij opgescheept worden met een hele papierwinkel.