Je zult je vast afvragen, kan er dan veel misgaan bij het op- of afbouwen van een steiger of bij het gebruik voor de omgeving? Ja, helaas wel. Er komen nog steeds gebreken voor, wat kan leiden tot onveilige situaties. Een aantal punten die bij de steigerinspectie worden opgemerkt zijn: bij het opbouwen van steigers zijn de leuningen (knie en heup) niet goed gemonteerd, net als de schopranden. Ook de verankering van de vloerdelen is vaak niet op orde (Steigerrichtlijn 4.3). Daarnaast is er een instabiele ondergrond en slechte controle/housekeeping rondom en op de steigers (er wordt geen dagelijks toezicht gehouden op de steiger, wat noodzakelijk is zodra de steiger is overgedragen aan de opdrachtgever). Vaak ontbreekt de aarding voor het potentiaal vereffenen (dit staat beschreven in de Steigerrichtlijn 4.9, de aarding is noodzakelijk wanneer er een stroomkabel over of langs de steiger gaat).
Hoe kun je er nu voor zorgen dat deze mankmenten zoveel mogelijk voorkomen worden? In eerste plaats door de veiligheidsvoorschriften van de Richtlijn Steigers op te volgen.
Het belangrijkste doel van de Richtlijn Steigers is om de veiligheid te waarborgen voor iedereen die met, rond en op steigers werkt. Dit omvat veiligheid tijdens het gebruik, maar ook bij de (de)montage, wat noodzakelijk is voor de omgeving van de steiger. Veiligheids- en keuringseisen van steigers vormen dan ook belangrijke paragrafen in de Arbowet en het Arbobesluit.
De voorschriften uit de Richtlijn Steigers kunnen als verwijzing worden opgenomen in een Arbocatalogus. Ze krijgen in dat geval een andere status: ze worden dan erkend als een 'best practice’.
De Richtlijn Steigers, in 2008 geïntroduceerd, is bedoeld voor iedereen die met steigers werkt in de bouw, industrie en vele andere branches. De richtlijn geeft de stand van de techniek weer over het bouwen van en het werken op voornamelijk stalen, staande steigers.
In de Richtlijn Steigers worden o.a. de volgende onderwerpen behandeld:
De richtlijn is beschreven in de vorm van een handboek en een website. Omdat het handboek bestaat uit een losbladig systeem en de website actief wordt bijgehouden, is de Richtlijn Steigers altijd actueel en geeft het een weerslag van de geldende wet- en regelgeving, normen en de stand van de techniek.
Bij het opbouwen van steigers beschrijft de Richtlijn Steigers ook een aantal zaken. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen twee typen steigers: de configuratie van de standaard steiger en die van de complexe steiger. Een complexe steiger verschilt van een standaard steigerconfiguratie op basis van de moeilijkheidsgraad en de mate van vereiste inspanning bij het ontwerp en de constructie.
Standaardconfiguraties:
Complexe steigerconfiguraties (beschreven in de Steigerrichtlijn 2.3 tabel):
Kortom; de configuratie van een complexe steiger kan klein zijn, maar toch moeilijk te realiseren. Terwijl een grote steiger relatief eenvoudig kan zijn, afhankelijk van de specifieke omstandigheden en configuratie.
In de arbeidsomstandighedenwet (in de Arbowet) staat uitgelegd waar het arbobeleid van een werkgever aan moet voldoen. In de Arbowet staat dat de werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers. Dat is dus ook van toepassing op het gebruik met en bij de steiger. Het voldoen aan de arbeidsomstandighedenwet is dus een eis en geen richtlijn in tegenstelling tot de Richtlijn Steigers.
Het gevoerde arbeidsomstandighedenbeleid, moet worden vastgelegd in een inventarisatie en een schriftelijk evaluatie waarin staat welke risico's de arbeid voor de werknemers met zich meebrengt. Deze evaluatie moet een beschrijving van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen bevatten.
Naast de documentatie zijn er ook een aantal onderdelen die in de praktijk aangepakt moeten worden, zoals veiligheidsmaatregelen voor de omgeving. Denk hierbij aan het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zoals schoenen met stalen neuzen, dragen van een veiligheidshelm, afzetting rondom de steiger en het managen van conflicterende werkzaamheden in en rondom de steiger via een werkvergunning (PBM's zijn meestal al eerder voorgeschreven bij de locatie waar gewerkt wordt. Bij het werken in besloten ruimten gelden soms verzwarende PBM’s). De werkgever dient er ook voor te zorgen dat de werknemers worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden en de mogelijk daaraan verbonden risico's.
In de praktijk houdt dit in dat een opdrachtgever informatie geeft over de ruimte waarin de steiger gebouwd moet worden. Deze informatie kan doeltreffende maatregelen bevatten. Denk maar eens aan de bouw van een steiger in; slecht verlichte ruimten, in de nabijheid van elektrische installaties (zoals hoogspanningskabels) of in een winkelcentrum met winkelend publiek.
Wat is de rol van de steigerinspectie bij het veilig gebruik van en met de steiger? En hoe gaat dit in zijn werk?
Bij het realiseren van de steiger moeten vooraf een aantal zaken geregeld worden. Zo dient er een aanvraag te zijn voor de te realiseren steiger. Daar komt vervolgens uit of het een complexe- of een reguliere steiger is. Bij een complexe steiger dient er altijd een tekening berekening gemaakt te worden.
Als de steiger gerealiseerd is dan dient er een steigeroverdracht te zijn. Dit houdt in dat de steiger qua verantwoording wordt overgedragen aan de opdrachtgever. De opdrachtgever is vanaf dat moment verantwoordelijk voor het juiste gebruikt van de steiger.
De tussenstap die gemaakt wordt is de keuring van de steiger door een steigerinspecteur (liefst extern en gecertificeerd, want je eigen vlees keuren is niet de meest ideale oplossing!). Wanneer de documenten opgesteld zijn en de overdracht daadwerkelijk is geweest mag je aannemen dat de steiger gebouwd is volgens de voorschriften.
Vanaf dit punt komt de rol van de toezichthouder ‘dagelijks steiger gebruik’ in beeld. Deze medewerker controleert tijdens de fysieke ronde of de steiger nog intact is, geen missende delen heeft of dat er aanpassingen zijn geweest die mogelijk gedaan zijn door onbevoegde personen. Daarnaast zal voor de medewerker die werkzaamheden verricht op de steiger een duidelijk zichtbaar kenmerk aanwezig moeten zijn dat de steiger veilig is voor gebruik, de zogenoemde steigerkaart. Dit kan een groene, rode of oranje kaart zijn. De groene kaart staat uiteraard voor dat de steiger veilig is en voldoet aan de eisen. De rode kaart betekent dat de steiger niet veilig is en dus niet betreden mag worden. En de oranje kaart geeft aan dat steiger wel betreden mag worden, maar dat er een aantal extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn. Ook dient er een rapport van de steigerinspecteur aanwezig te zijn op locatie.
De toezichthouder dagelijks steigergebruik zal alle ‘mankementen’ rapporteren aan de opdrachtgever en steigerbouwer. De opdrachtgever is verantwoordelijk voor het ingang zetten van de herstelwerkzaamheden. Het is ook mogelijk om het toezicht door een extern bedrijf te laten doen. De herstelwerkzaamheden en aanpassingen mogen ook alleen gedaan worden door de steigerbouw firma.
Zoals je hebt kunnen lezen is het zorgen voor een juist gebouwde steiger die veilig is voor jouw medewerkers afhankelijk van veel factoren. Dit is iets wat serieus genomen moet worden. Want als je deze veiligheidsvoorschriften nauwkeurig opvolgt en regelmatig een inspectie uitvoert, dan kun je erop vertrouwen dat je veilig op en bij de steiger kunt werken. En dat is heel wat waard!